01_Natuur landschap cultuur
02_Landbouw
03_Recreatie
04_Gezonde woon en leefomgeving
05_Economie en werkgelegenheid
06_Energie en milieu
07_Mobiliteit en bereikbaarheid
08_Basisvoorzieningen

2.3 Algemene uitgangspunten

Draagkracht van het Oirschotse landschap

Natuur, landschap en cultuurhistorie zijn dermate met Oirschot verweven dat ze onderdeel zijn van haar identiteit. Dat betekent dat nieuwe ontwikkelingen niet ten koste mogen gaan van behoud en herstel van deze kwaliteiten. Daarmee zetten we ontwikkelingen nadrukkelijk niet op slot, maar spannen we ons in om per saldo de kwaliteiten te versterken. Dat betekent ook dat compensatie moet plaatsvinden, en dus extra geïnvesteerd moet worden, als door ontwikkelingen schade optreedt aan die kwaliteiten. Per saldo moet er sprake zijn van winst.

Wie doet wat?

De gemeente bewaakt de identiteit van Oirschot door op de beeldbepalende plekken als regisseur op te treden. Kwetsbare structuren en gebouwen die de identiteit van Oirschot bepalen worden beschermd. Initiatieven worden bijgestuurd en afgestemd zodanig dat de kwaliteiten worden versterkt.

Duurzame ontwikkeling

Zowel vanuit het bestuur als vanuit de bevolking is aangegeven dat duurzaamheid een belangrijk thema is. Dit kan gaan over energieneutraliteit, maar ook over het behoud en verbetering van de kwaliteit van onze bodem, water en lucht.  Dit zouden echter ook afspraken kunnen zijn over hoe we met lokale initiatieven omgaan.

De gemeente wil zich voor duurzaamheid meer initiërend opstellen ten opzichte van de andere beleidsterreinen. In de uitgewerkte paragraaf (2.4.6) over duurzaamheid staat beschreven welke stappen hiervoor worden gezet.

Centraal staat het principe Planet People Profit: Oirschot wil in ieder geval geen ontwikkelingen die een negatief effect teweeg brengen op duurzaamheid. Wij hanteren duurzaamheid als een breed begrip. Denk aan duurzaamheid op het gebied van energie, klimaat, natuur, milieu, water, veiligheid, gezondheid, erfgoed, sociale duurzaamheid en werkgelegenheid. Denk aan zuinig ruimtegebruik, waarbij transformatie en hergebruik de voorkeur genieten boven nieuwbouw en uitbreiding, met name voor vastgoed van commerciële en maatschappelijke functies. Ook streven we naar economische duurzaamheid. Wij willen dat ontwikkelingen ook op langere termijn bijdragen aan onze welvaart.

Wie doet wat?

De keuze om als gemeente zelf initiatiefnemer te zijn voor dit overkoepelende thema, betekent een vertaling van ambitie naar prioriteiten en het formuleren van een aantal dragende projecten. De rol van de gemeente is daarbij inspirerend (mogelijkheden en voorbeelden laten zien), faciliterend (kennis overdragen, duurzaamheidsnetwerk opbouwen) en uitvoerend (oppakken van een structurele bijdrage aan energieopgave).

Uiteraard geeft de gemeente veel ruimte voor initiatieven die bijdragen aan het duurzaamheidsdoel. In samenspraak met initiatiefnemers wordt bezien of extra inspanningen op dit gebied beloond kunnen worden met ruimere ontwikkelingsmogelijkheden of subsidies (stimuleren). Zie hiervoor ook 2.4.6, thema duurzaamheid, milieu en water.

Maatschappelijk draagvlak

Wij vinden het belangrijk dat initiatieven breed in de samenleving worden gedragen. We hebben daarom spelregels ontwikkeld om daar inhoud aan te geven. De spelregels zorgen er voor dat het creëren van draagvlak onderdeel is van het planproces en dat de initiatiefnemer hier in belangrijke mate voor verantwoordelijk is. Hier ligt ook een belangrijke taak voor de raad; die beoordeelt of voor een initiatief waar zij over moet besluiten, de spelregels goed zijn gehanteerd. In dat geval kan het raadsbesluit een hamerstuk zijn.

Wie doet wat?

Bij het nastreven van de doelen uit deze Omgevingsvisie zijn spelregels benoemd (zie hoofdstuk 3). Gemeente en initiatiefnemers handelen ernaar. De gemeenteraad ziet toe op de naleving ervan.

De samenleving aan zet

De vanzelfsprekendheid dat de overheid altijd sturend optreedt in de fysieke leefomgeving is voorbij. We zien een samenleving die steeds vaker zelf het initiatief neemt om problemen op te lossen en die in staat is om de kansen optimaal te benutten. Op deze ontwikkelingen zal de nieuwe sturingsfilosofie gebaseerd zijn:

  • Waar de samenleving initiatieven wil ontplooien, wordt ruimte gegeven, binnen de ambities van de omgevingsvisie en de spelregels die we samen hebben geformuleerd;
  • Waar de gemeente initiatief wil ontplooien, zoekt zij de samenleving op om te bezien of in co-creatie een beter resultaat kan worden geboekt;
  • Indien de samenleving dit niet oppakt, of daar waar de gemeente eigen verantwoordelijkheden heeft neemt de gemeente het voortouw.
  • In alle gevallen is het bijdragen van initiatieven aan de gestelde doelen voorwaarde